Gezellig Gezinsgericht Groeten Geloof Geloofsbelijdenis
voor de Baptistenkerk (Gemeente) Brugge
	

1.     DE HEILIGE SCHRIFT
Wij geloven dat de Heilige Schriften (de Bijbel) van het Oude en het Nieuwe Testament woordelijk en in hun geheel door de Heilige Geest geïnspireerd zijn; dat deze onfeilbaar zijn in de oorspronkelijke tekst.   De Heilige Schrift alléén heeft beslissend gezag in alle zaken van leer en leven zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.
2 Timotheüs 3:16-17; 2 Petrus 1:20-21; 1 Thessalonicensen 2:13;  Johannes 16:12-13; Mattheüs 5:18


2.     GOD
Wij geloven dat er slechts één God is, eeuwig bestaande uit drie personen (drieëenheid): Vader, Zoon en Heilige Geest, eeuwig in wezen, dezelfde in macht en heerlijkheid.   Zij hebben dezelfde eigenschappen; deze drie zijn één God.
2 Korinthe 13:13; Hebreeën 1:1-3; Handelingen 5:3-4; Mattheüs 28:19-20; Johannes 1:1-4; Openbaring 1:4-6; Deuteronomium 6:4


3.     DE PERSOON EN HET WERK VAN JEZUS CHRISTUS
Wij geloven dat de Heer Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God, mens is geworden, zonder Zijn goddelijkheid op te geven, ontvangen is van de Heilige Geest geboren uit de maagd Maria, opdat hij God zou bekendmaken en zondige mensen verlossen.   Hij heeft Zichzelf geofferd in onze plaats; Hij was onze vervanger.    Door Zijn kruisdood en opstanding heeft Hij onze redding teweeggebracht.   
Johannes 1:1-2,14; Micha 5:1; Lukas 1:34-35; Romeinen 3:24-25; Romeinen 8:34; 1 Petrus 1:3-5; 1 Petrus 2:24; 1 Johannes 5:8; 1 Johannes 2:1-2; Eféze 1:7

Wij geloven dat Christus opgevaren is naar de hemel, en dat Hij nu gezeten is aan de rechter Hand van God waar Hij, als onze Hogepriester, altijd voor ons pleit en de enige Middelaar is tussen God en mensen.
Hebreeën 1:3; Handelingen 1:9; Hebreeën 9:24; Hebreeën 7:25


4.     DE PERSOON EN HET WERK VAN DE HEILIGE GEEST
Wij geloven dat de Heilige Geest een goddelijk persoon is en geen “het”.   Hij neemt Zijn intrek in de gelovige bij de wedergeboorte en Hij is ook diegene die wedergeboorte tot stand brengt.    Hij woont in de gelovige en verzegelt de gelovige tot de wederkomst van Christus.
Johannes 16:8-11; Romeinen 8:9; 2 Korinthe 3:6; Eféze 1:13-14; 1 Korinthe 12:12-14; Titus 3:5

Wij  geloven dat de Heilige Geest de goddelijke leraar is die alle gelovigen leidt in de waarheid en dat het een voorrecht en plicht is van iedere gelovige om vervuld te zijn met de Heilige Geest.
Johannes 16:13-15; 1 Johannes 2:20,27; Eféze 5:18-21

Wij geloven dat de uitstorting van de Heilige Geest op de Eerste Pinksterdag een eenmalige gebeurtenis is, die als zodanig niet herhaald wordt.
Handelingen 2:1-4, 16


5.   DE SATAN of DE DUIVEL
Wij geloven de satan eens heilig was, maar door trots en begeerte om als de Almachtige te worden, zijn hij en de engelen die hem wilden volgen gevallen.   Wij beschouwen de satan als de vijand van God, die probeert de gelovigen te doen struikelen en de ongelovigen van het Evangelie af te houden, maar die overwonnen is aan het kruis door de Heer Jezus Christus.    De eeuwige bestemming voor de satan is dat hij in de poel des vuurs zal geworpen worden.
Jesaja 14:12;  2 Korinthe 2:10-11; 1 Petrus 5:8; Openbaring 20:10; Mattheüs 25:41


6.   GEESTELIJK GAVEN
Wij geloven dat God soeverein is in het geven van geestelijke gaven.   Hij deelt gelijk Hij wil aan iedere gelovig voor de opbouw van de plaatselijke gemeente en toerusting der heiligen tot dienstbetoon.   Onze verantwoordelijkheid ligt in het ontdekken en gebruiken van de gaven, die wij verkregen hebben.
Eféze  4:12; Hebreeën 2:4; 1 Korinthe 12:11,18

Wij geloven dat de Schrift onderscheid maakt tussen permanente (opbouw) gaven en tijdelijke (teken) gaven.   Vooral deze laatste, tongen, profeteren (profetieën), hebben met de voltooiing van het N.T.  hun noodzaak verloren.   De permanent gaven daarentegen blijven hun plaats behouden en worden tot heden onder de gelovigen gevonden.   Er is geen vast aantal van geestelijke gaven en hun aanwezigheid dient nooit als bewijst van geestelijkheid of speciale gunst.
Eféze 2:18; 1 Korinthe 12:11, 28-31; Hebreeën 2:3-4

Wij geloven dat God gebeden voor zieken hoort en verhoort naar Zijn wil.
Johannes 15:7; 1 Johannes 5:14-15; Jakobus 5:14-15


7.   DE TOTAAL VERLOREN STAAT VAN DE MENS
Wij geloven dat de mens geschapen werd naar Gods beeld, maar dat door de zonde van Adam de mensheid gevallen is en daardoor de zondige natuur erft en door de zonde gescheiden is van God.    Wij erkennen de totaal verloren staat van de mens en dat de mens noch zichzelf, noch zijn verloren toestand kan verbeteren noch zichzelf kan redden.
Genesis 1:26-27; Eféze 2:1-3,12; Romeinen 3:22-23; Romeinen 5:12


8.   BEHOUDENIS (Redding) DOOR GENADE ALLÉÉN
Wij geloven dat redding van zondaren een gave is van God, aan de mensen gegeven uit genade en door hen toegeëigend wordt door geloof (vertrouwen) in de Heer Jezus Christus.    Wij worden behouden door Gods genade (Zijn onverdiende gunst en liefde) alléén, niet door onze eigen prestaties
Efeze 2:8-10; 1 Petrus 1:18-19; Johannes 1:12; Eféze 1:7

Wij geloven dat onze redding volbracht is alléén door het offer van het bloed van onze Heer Jezus Christus die voor ons tot zonde gemaakt is en voor ons gestorven is.    Dit offer van redding is van toepassing op iedere zondaar, die Christus als Zijn Heiland aanvaardt.
Eféze 1:7; 2 Korinthe 5:21; Galaten 3:13; Johannes 1:12; Romeinen 5:6-9; Johannes 5:24

Wij geloven dat doordat de gehele mensheid door de zonde verdorven is en dood is door de zonde.    Niemand het Koninkrijk van God kan binnengaan, tenzij wedergeboren door de Heilige Geest, waardoor hij een nieuwe schepping wordt.
Johannes 3:5-8; 1 Petrus 1:23; Titus 3:5; 1 Johannes 5:1; 2 Korinthe 5:17

Onze rechtvaardigmaking wordt niet gebaseerd op onze eigen werken of pogingen om rechtvaardig te zijn, maar alléén door geloof in de Heilands bloed.   Deze rechtvaardigmaking bevat de vergiffenis van zonde en het geschenk van het eeuwige leven.
Romeinen 4:1-8; Romeinen 5:1; Romeinen 1:17; Hebreeën 10:38; Titus 3:5-7


9.   DE ZEKERHEID VAN DE GELOVIGEN
Wij geloven dat diegenen die Jezus Christus als hun Heiland en Heer aannemen eeuwig verzekerd zijn.    Onze zekerheid berust op het volbrachte werk van Jezus Christus en op Gods beloften uit Zijn Woord, en aangezien dat God niet kan liegen is het nooit mogelijk om onze behoudenis te verliezen.   Eenmaal gered zullen wij eeuwig behouden zijn
1 Johannes 5:12-13; Johannes 6:37; Johannes 10:28-29; Romeinen 8:33-39; Titus 2:11-15; Galaten 5:13; Johannes 6:37; 1 Johannes 2:25


10.    DE VRIJHEID VAN VERLOSSING
Wij geloven dat de zegeningen van verlossing door het Evangelie vrij gemaakt zijn voor allen.    Er is niets dat de verlossing van de grootste zondaar kan beletten behalve zijn eigen verdorvenheid en vrijwillige verwerping van het Evangelie.
Romeinen 10:13; Johannes 6:37; Johannes 3:15-16; 1 Timotheüs 1:15; Eféze 2:4-5; Johannes 3:36


11.    DE DUBBELE NATUUR VAN DE GELOVIGE
Wij geloven dat iedere gelovige twee naturen heeft, de oude natuur (naar Adam), en een nieuwe (naar Christus).   Iedere ware wedergeborene heeft de mogelijkheid van overwinning van de nieuwe natuur over de oude, door de kracht van de inwonende Heilige Geest, en dat alle beweringen van een ontworteling der oude natuur in dit leven niet schriftuurlijk zijn.

Van elke gelovige wordt verwacht dat hij voortdurend door bewuste keuze zijn oude natuur laat kruisigen, waardoor het eigen ik vervangen wordt door de gezindheid van Christus.
Filippensen 2:5; Romeinen 8:12,13; Kolossensen 3:10; Galaten 2:20; Galaten 5:16-25; 1 Petrus 1:14-16; Eféze 4:22-24


12.    GESCHEIDEN LEVEN VAN DE GELOVIGEN
Wij geloven dat alle gelovigen op zo’n manier horen te leven, dat zij geen blaam op hun Heiland en Heer werpen; en dat ze gescheiden zijn van alle valse- en dwaalleer, alle wereldse en zondige praktijken en verbindingen door God geboden worden.   
2 Timotheüs 3:1-5; 1 Johannes 2:15-17; Romeinen 12:1-2; 2 Johannes 9-11; Romeinen 14:13; 2 Korinthe 6:14-7:1

Wij erkennen dat wij in deze wereld leven maar niet van deze wereld zijn.    Wij zijn als getuigen in de wereld geplaatst om de verlorenen naar Christus te brengen en wij zoeken gemeenschap met diegenen die Gods woord geloven en naleven.
Johannes 17:11; 1 Korinthe 5:9-11; 2 Korinthe 6:14; 1 Johannes 2:15-17; Mattheüs 5:16


13.    DE KERK (GEMEENTE)
Wij geloven dat de zichtbare gemeente een gemeenschap is van gedoopte gelovigen, die de Nieuwe Testamentische principes beoefenen, en behoren de twee instellingen te houden die Jezus heeft achtergelaten:

1) De doop - Eerst geloven, vervolgens dopen.    De onderdompeling van gelovigen in water is een openbare getuigenis van onze wedergeboorte en dient als identificatie met de dood, begrafenis, en opstanding van de Heer Jezus Christus.   De persoonlijke beslissing om Jezus aan te nemen als Heiland wordt vervolgens openbaar gemaakt door de doop.    Daarom worden er dus geen baby's gedoopt
Handelingen 2:38, 41; Romeinen 6:1-4


2) De tafel des Heeren (avondmaal) - Omwille onze dankbaarheid voor de gemeenschap die wij in Christus hebben, is deze tijd een dankzegging, herdenking, en verkondiging van het gebroken lichaam en het vergoten bloed van de Heer Jezus aan het kruis.   Wij houden de tafel des Heeren tot Hij terugkomt.
Handelingen 2:42; 1 Korinthe 10:16-17; 11:23-28


14.    HET EVANGELIE
Wij geloven dat het de opdracht aan alle gelovigen is om door woord en daad deze leven-reddende boodschap van het Evangelie te getuigen.   Wij zullen ons inzetten om zo veel mogelijk deze boodschap in onze omgeving en door zendelingen in de gehele wereld uit te dragen.
Mattheüs 28:18-20; Handelingen 1:8; 13:1-3; Romeinen 10:13-15; Markus 16:15; Johannes 20:21


15.    DE OFFERGAVEN
Gelovigen behoren mild, geregeld, en met blijdschap te geven.    De Heilige Schrift beveelt ons om onze gaven mee te brengen op de eerste dag van de week en dat onze gaven in verband zijn met wat wij verkregen hebben van God.    Wij geven niet uit verplichting, maar uit dankbaarheid en liefde.
1 Korinthe 16:2; Malachi 3:10; Leviticus 27:30; Handelingen 4:34-35, 37


16.    DE SCHEPPING
Wij geloven in de Genesis verklaring van de schepping van het heelal; het wordt aanvaardt als letterlijk en niet allegorische of figuratief.    De schepping van man was in geen geval toevallig of door enige evolutionaire proces.    God heeft de mens geschapen naar Zijn eigen beeld en gelijkenis.
Genesis 1:1, 11, 24, 26-27; Johannes 1:3; Kolossensen 1:16-17
 

17.    DE ZIEL EN EEUWIGE TOESTAND
Wij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, de wederopstanding van het lichaam, en het eeuwige leven in de tegenwoordigheid van de Heer Jezus Christus in de hemel voor diegenen die Christus als Verlosser hebben aangenomen.     Wij geloven in de eindeloze straf voor de ongeredden (diegenen die Hem verworpen hadden tijdens hun leven hier op aarde) in de hel.   Het vagevuur en tweede kansen bestaan niet in de Bijbel en zijn van menselijke oorsprong. God
Grootmaken Gemeente